Inspiratie

Hieronder vind je verhalen, gedichten en citaten die mij inspireren. Elk op hun manier laten ze zien hoe ik naar het leven kijk en hoe ik mensen wil begeleiden.

 

Lied van de Parel

Het Lied van de parel is een meer dan tweeduizend jaar oud gedicht dat een mooie gelijkenis vertoont met mijn werk in de De Parel. Het lied is ontroerend door zijn eenvoud en kracht, en heeft ook een bijzondere diepgang.

 

“Toen ik een klein kind was, in het Rijk van mijn Vaderlijk huis woonde, waar ik mij verlustigde aan de rijkdom en aan de pracht van mijn opvoeders, zonden mijn ouders mij vanuit het Oosten, ons vaderland, voorzien van geestelijk voedsel voor de reis, weg. Uit de rijkdom van onze schatten belastten ze mij met een last, rijk en toch heel licht, zodat ik haar alleen kon dragen. Zij bekleedden mij met het prachtig gewaad, dat zij in liefde tot mij hadden vervaardigd. Zij sloten met mij een verdrag en schreven dit in mijn hart, opdat ik het niet zou vergeten:
“Wanneer je naar Egypte reist en de éne parel haalt, die zich midden in de door een sissende slang omringende zee bevindt, zul je je prachtig gewaad weer aantrekken. Je zult dan met je broeder (ons tweede kind, dat thuis achterblijft) erfgenaam in ons koninkrijk worden.” 

Ik verliet het Oosten en ging op reis, vergezeld van twee boden, daar de weg gevaarlijk was en moeilijk. Ik was te jong om deze reis alleen te ondernemen. Ik trok over de grens van Maisan verder. Zo kwam ik in Egypte en mijn begeleiders verlieten mij. Regelrecht begaf ik mij naar de slang, ging bij haar verblijfplaats zitten, tot ze zou insluimeren, teneinde haar de parel te ontnemen. Daar ik alleen en vreemd was als een kluizenaar, kenden de medebewoners van mijn herberg mij niet. Daar zag ik één van mijn geslacht, een vrijgeboren man uit het Oosten, een schone en lieftallige jongeling, een vorstenzoon. Hij naderde mij, om zich bij mij te voegen en ik maakte hem tot mijn vertrouwde metgezel, aan wie ik het doel van mijn reis meedeelde. Hij waarschuwde mij voor de Egyptenaren en voor de omgang met de onreinen. Ik kleedde mij echter in hun kleren, opdat ik er niet als een vreemdeling zou uitzien, niet als iemand die uit de vreemde komt om de parel te ontnemen en opdat zij niet de slang zouden wekken. Maar om de een of andere reden bemerkten ze, dat ik niet hun landgenoot was. Zij naderden mij en bereidden mij een drank van hun listen en gaven mij van hun voedsel te eten.

Zo vergat ik, dat ik een koningszoon was en diende hun koning. Ik vergat de parel, waarvoor mijn ouders mij hadden uitgezonden. Door de zwaarte van hun voedsel viel ik in slaap. Alles wat mij overkwam bemerkten mijn ouders; zij waren bedroefd over mij. Een roep ging uit in ons koninkrijk, dat allen aan de poorten zouden komen. Een boodschap werd uitgezonden:

Van je Vader, de Koning, van je Moeder, die over het Oosten regeert, en van je broeder, ons tweede kind, voor jou, onze Zoon in Egypte, gegroet! Ontwaak en sta op uit je slaap. Verneem de woorden uit onze brief. Herinner je, dat je een koningszoon bent, zie toe, wie je in knechtschap gediend hebt. Denk aan de parel, waarvoor je naar Egypte bent gereisd. Herinner je het pronkgewaad, opdat je het draagt, je je daarmede tooit en opdat je naam gelezen worde in het boek der helden, en opdat je met je broeder erfgenaam van ons rijk worde!

Als een gezant was de brief, die de koning met zijn zegel verzegeld had voor de onreinen, de kinderen van Babel en de rebellerende demonen van Sarbug. Hij verhief zich in de gedaante van een adelaar, de koning van alle vogels, daalde tot mij neder en werd geheel tot stem. Hierdoor ontwaakte ik uit mijn bedwelming en ik stond op. Ik nam de brief, kuste hem, verbrak het zegel en las. Geheel zoals in mijn hart was geschreven, zo waren de woorden van mijn brief te lezen. Ik herinnerde mij weer een koningszoon te zijn en dat mijn vrije afkomst naar haar eigen wezen verlangde. Ik herinnerde mij weer de parel, waarvoor ik naar Egypte gezonden was en begon de vreselijke sissende slang te betoveren, door haar de naam van mijn Vader en Moeder te noemen. Zo greep ik de parel en wendde mij, om tot mijn Vader terug te keren. Het vieze en onreine kleed trok ik uit, liet het in hun land achter en richtte mijn schreden, opdat ik tot het licht van ons vaderland, het Oosten zou komen. De brief, die mij uit mijn slaap wekte, ging voor mij uit en zoals hij mij met zijn stem uit de slaap had gewekt, zo leidde hij mij nu met zijn licht, dat mij voorging, leidde mij met zijn stem en trok mij tot zich met zijn liefde. Het pronkgewaad, dat ik uitgetrokken had zonden mijn ouders naar Maisan. Zijn schittering had ik vergeten, daar ik het als kind in mijn vaderlijk huis had achtergelaten. Toen ik nu het gewaad zag, scheen het mij plotseling toe, als ware het een spiegelbeeld van mijzelve geworden. Ik zag het geheel in mijzelf en mijzelf geheel daarin, zodat wij beide als het ware gescheiden waren en wéér éénzelfde gestalte.

Ik nam over het gewaad heen de manifestaties van de gnosis waar, zag dat het zich gereed maakte te spreken, vernam de klank van zijn hymnen, die het bij de nederdaling fluisterde: Ik ben het dynamische in de daden van hem, voor wie men mij bij mijn Vader werkzaam deed zijn. Ik nam aan mijzelf waar, hoe mijn gewaad overeenkomstig zijn wezen groeide. En met zijn koninklijke bewegingen gaat het geheel in mij over uit de hand der schatbewaarders opdat ik het zou nemen; ook in mij ontwaakte de liefde het gewaad tegemoet te snellen. Zo richtte ik mij op, tooide mij met de schoonheid van zijn kleuren. Ik steeg op tot de poort der begroeting en aanbidding. Ik boog het hoofd en aanbad de schittering van de Vader, die mij het gewaad had gezonden.

Ik was met hem in zijn Koninkrijk, waar alle dienaren hem met hun stem prezen.

 

Korte verhalen en citaten

Als ik mijn leven nog eenmaal kon overdoen, dan zou ik in mijn volgende leven proberen om meer fouten te maken. Ik zou niet zo perfect willen zijn. Ik zou mij meer ontspannen. Ik zou een beetje zotter zijn,dan ik was. Ik zou dingen minder ernstig nemen. Ik zou niet zo gezond leven. Ik zou meer risico’s nemen, meer reizen, zonsondergangen ervaren, bergen beklimmen en in beken zwemmen. Ik was zo’n pienter mens, die iedere minuut van zijn leven nuttig doorbracht. Natuurlijk kende ik ook vreugdevolle momenten, maar als ik weer opnieuw kon beginnen, zou ik proberen alleen maar goede momenten te hebben. Voor het geval u het nog niet wist, daaruit bestaat namelijk het leven, louter uit ogenblikken, vergeet niet het huidige. Als ik nog een keer opnieuw kon leven, dan zou ik van het begin der lente tot de late herfst op blote voeten lopen. En ik zou meer met kinderen spelen, als ik het leven nog voor me had. Maar ziet u, ik ben 85 jaren oud en weet dat ik spoedig sterven zal.
(Jorge Luis Borges)

 

Het interesseert me niet wat je doet voor de kost. Ik wil weten waar je naar hunkert en of je ervan durft te dromen het verlangen van je hart te ontmoeten.
Het interesseert me niet hoe oud je bent. Ik wil weten of je het risico wilt lopen er als een dwaas uit te zien vanwege liefde, je dromen, het avontuur van het in leven zijn.
Het interesseert me niet welke planeten er in je maan staan. Ik wil weten of je de kern van je eigen verdriet hebt aangeraakt en of je door ‘s levens verraad open bent gaan staan of dat je er door bent verschrompeld en gesloten uit angst voor nog meer pijn.
Ik wil weten of je met pijn, de mijne of de jouwe, stil kunt blijven zitten zonder haar te verbergen, te verdoezelen of te fixeren. Ik wil weten of je vreugde kunt voelen, de mijne of die van jezelf, of je wild kunt dansen en tot in je vingertoppen van extase vervuld kunt worden zonder ons te waarschuwen dat we voorzichtig moeten zijn of realistisch of ons te herinneren aan de beperkingen van het mens-zijn.
Het interesseert me niet of het verhaal dat je vertelt waar is. Ik wil weten of je een ander teleur kunt stellen door trouw te blijven aan jezelf, of je de beschuldiging van verraad kunt dragen maar toch je ziel niet verraadt.
Ik wil weten of je trouw kunt zijn en daardoor ook betrouwbaar. Ik wil weten of je de schoonheid kunt zien, ook al is iedere dag niet even aangenaam en of je jouw leven kunt laven aan de aanwezigheid ervan.
Ik wil weten of je met mislukkingen kunt leven, de jouwe en de mijne, en toch nog aan de oever van een meer kunt staan na een nacht van wanhoop en verdriet, moe en gekwetst tot op het bot en toch doet voor je kinderen wat gedaan moet worden.
Het interesseert me niet wie je bent of hoe je hier bent terechtgekomen. Ik wil weten of je met mij midden in het vuur kunt staan en niet terugdeinst.
Het interesseert me niet waar of met wat of met wie je hebt gestudeerd. Ik wil weten wat jou van binnen overeind houdt als al het andere wegvalt. Ik wil weten of je alleen met jezelf kunt zijn en of je werkelijk houdt van het gezelschap dat je hebt op lege momenten.
(Oriah Mountain Dreamer)

 

Ik wil u vragen geduld te hebben tegenover alles wat in uw en mijn hart nog niet is opgelost en te pogen de vragen zelf lief te hebben, zoals gesloten winkels en als boeken die in een zeer vreemde taal zijn geschreven. Zoek niet naar de antwoorden die u niet gegeven worden omdat gij ze nog niet kunt leven. En het gaat erom alles te leven. Wellicht leeft gij u dan langzaam op een verre dag in het natwoord in.
( R.M. Rilke)

 

Op een dag wist je tenslotte wat je te doen stond en begon.
Ofschoon de stemmen om je heen hun slechte raad bleven schreeuwen.
Ofschoon het hele huis begon te beven en je het oude trekken aan je enkels voelde. “Maak mijn leven in orde”, riep elke stem.
Maar je bleef niet staan. Je wist wat je te doen stond. Al rukte de wind met zijn stijve vingers aan de fundamenten zelf, al was hun droefenis verschrikkelijk.
Het was al laat genoeg. De nacht was wild en de weg vol gevallen takken en stenen. Maar stukje bij beetje, terwijl hun stemmen achterbleven, begonnen de sterren fel te schijnen door de wolkenflarden heen.
En er klonk een nieuwe stem, die je langzaam als je eigen stem herkende en die je gezelschap hield terwijl je steeds dieper de wereld binnen beende.
Vastbesloten om het enige te doen dat je kon doen.
Vastbesloten om het enige leven te redden dat je redden kon.
(Mary Olivier)

 

(…) Blijf wel altijd denken aan Ithaka.
Daar aan te komen is je doel. Maar overhaast de reis in geen geval.
‘t Is beter dat die vele jaren duurt en je pas als oude man bij het eiland afmeert,
rijk door wat je onderweg verwierf, zonder verwachting dat Ithaka je rijkdom schenken zal.
Ithaka schonk je de mooie reis. Bestond het niet, dan was je nooit vertrokken. Maar méér heeft het je niet te bieden. En vind je dit armzalig, Ithaka bedroog je niet. Zo wijs geworden, met zo veel ervaring, heb je al wel door waar Ithaka voor staat.
(K. P. Kavafis)

 

De enige leermeester die bestaat, de enige echte en geloofwaardige, is je eigen geweten. Om dat te vinden moet je stil zijn – alleen en stil – je moet op de kale aarde staan, naakt en zonder iets om je heen, alsof je al dood bent. In het begin hoor je niets, het enige wat je ervaart is angst … maar daarna in de diepte, heel ver weg, begin je een stem te horen …
(S. Tamaro)

 

Loop niet weg voor je verdriet. Loop niet weg voor je angst. Loop niet weg voor de dood. Verdoezel en bedek ze niet met mooie woorden. Want zo geef je ze een woning. Zo kleed je ze aan en laat je ze groeien. Zo ontneem je jezelf leven. Wees zacht voor jezelf. Zoek een hand om vast te houden. Voel je pijn en laat je angst er zijn. Want wie wegloopt voor zijn ervaringen, loopt weg van zichzelf en kan nooit vrede vinden. En wie zijn pijn en angst niet toestaat er te zijn, kan nooit de kracht voelen die in hem huist.
(Carolina Bont)

 

Op school stonden ze op het bord geschreven
het werkwoord hebben en het werkwoord zijn.
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
de ene werkelijkheid, de andere schijn.
Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven de dingen uitgeheven,
vervuld worden van goddelijke pijn.
Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.
Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
is kind worden en naar de sterren kijken,
en daarheen langzaam worden opgelicht.
(E. Hoornik)

 

Interessante links